Bestaande en toekomstige initiatieven

Het Levend Archief is een project dat zich in eerste instantie alleen op richt op het verzamelen, opkweken en opslaan van zaden van ernstig bedreigde plantsoorten en populaties. Hieruit kunnen echter prachtige initiatieven ontstaan. Gelukkig zijn er reeds talloze van dergelijke initiatieven opgezet, nog ver voordat Het Levend Archief überhaupt nog een idee was. Onderstaande lijst aan initiatieven laat goed zien wat er allemaal voor prachtige projecten zijn op het gebied van behoud en verhogen van biodiversiteit. Het uiteindelijke doel is om in samenwerking met Het Levend Archief nog veel van dergelijke projecten te creëren!

 

Herintroductie akkeronkruiden

Akkeronkruiden zijn soorten die goed gedijen in cultuurakkers. De laatste jaren is de landbouw echter enorm geïntensiveerd; er wordt te vaak en te diep geploegd met moderne langbouwvoertuigen, er worden gifstoffen gebruikt, te veel mest opgebracht en nieuwe gewassen gebruikt die de ondergroei van de akker kunnen verstikken. Hierdoor zijn bepaalde akkeronkruiden (die vroeger algemeen waren) met 75 tot 100% achteruit gegaan. De afgelopen jaren zijn door initiatiefnemers als Peter Verbeek, Marcel Bolten en enkele anderen zeer intensieve pogingen gedaan om in alle uithoeken van het land de resterende populaties van akkeronkruiden te bezoeken, hier zaad van te verzamelen, op te kweken en te herintroduceren in natuurakkers waar de soorten vroeger voorgekomen hebben.

 

 

 

 

 

 

Solanaceae collectie nijmegen

De Solanaceae collectie van de Radboud Universiteit Nijmegen is de grootste Solanaceae collectie van de wereld. Hiertoe behoren moderne en zeer oude rassen van gewassen als Tomaat, Paprika en Aardappel, maar tevens honderden wilde soorten. Doordat al deze genetische diversiteit bewaard blijft en niet verloren gaat, is het mogelijk om bepaalde verloren eigenschappen terug te brengen in de moderne gewassen. Zo kan resistentie tegen ziekteverwekkers of de afname van smaak of voedingswaarde teruggebracht worden door de gewassen onderling te kruisen.

 

Blaasvaren in Pinnetum Blijdestein

Op een legerterrein bij Soest werd begin deze eeuw de grootste groeiplaats van Blaasvaren van Nederland ontdekt: onder honderden legertrucks die daar al tientallen jaren ongebruikt stonden. Toen defensie deze trucks wilde verkopen werd erop gewezen dat daarvoor een  vergunning moest worden aangevraagd in het kader van de natuurbeschermingswet. Toen deze vergunning  werd geweigerd, leidde dat tot ruzie op ministerieel niveau. Uiteindelijk werden de planten deels gered. De exemplaren in Pinetum Blijdenstein en in de hortus van Utrecht komen van deze legerplaats.

 

Herintroductie zaagblad

Zaagblad is een paarsbloemige composiet die helaas in 1977 uitgestorven is. De laatste groeiplek was het Leusenermaan. Ruud Jonker heeft destijds echter nog zaden kunnen verzamelen van verschillende planten op deze locatie. Hij is in staat geweest dit zaad op te kweken in eigen tuin en heeft hier jaar in jaar uit een stabiele populatie van Zaagblad behouden! Er is in de tussentijd poging gedaan om hier zaden van op te kweken en te herintroduceren op de voormalige bronlocatie, maar dit is helaas mislukt. Mogelijk waren de abiotische omstandigheden niet langer geschikt en moet eerst enige vorm van herstel maatregels getroffen worden. Met vernieuwde aandacht en hulp vanuit Het Levend Archief is het misschien mogelijk om een nieuwe poging te wagen om dit inheemse materiaal terug te brengen!

 

 

 

 

 

 

Versterken van populatie Zwartblauwe rapunzel

FLORON heeft met hulp van vrijwilligers de resterende populaties Zwartblauwe rapunzel in Nederland in kaart gebracht. In Noord-Brabant zijn zij recent gestart met een kweekprogramma om al het genetische materiaal dat nog in de regio aanwezig is te vermeerderen en uiteindelijk te gebruiken voor het versterken van de overgebleven populaties.  Hiervoor hebben zij in 2013 zaden geoogst van de laatste overgebleven planten in Noord-Brabant. Dankzij een financiële bijdrage van het Brabants landschap zijn deze zaden begin 2014 uitgezaaid door Science4Nature. En met succes: de eerste jonge rapunzelplanten kwamen al gauw boven de grond! In 2015 stonden de eerste planten in bloei en konden zij starten met het produceren van zaad voor het verder versterken van de Brabantse populaties.

 

Genenbank van houtige gewassen

In het oosten van de Flevopolder, in Roggebotzand bij Dronten beheert Staatsbosbeheer een gigantische genenbank van houtige gewassen. Inmiddels hebben zij reeds 57 soorten houtige gewassen staan, waaronder bomen als Eiken, Lindes en Iepen, maar tevens struiken als Jeneverbes, Zuurbes en Bosroos. Zij verzamelen hier jaarlijks vruchten en zaden en verkopen deze zaden aan kwekers die dit vervolgens kunnen opkweken voor aanplant van bossen. Naar schatting betreft nog slechts 5% van Nederlandse houtige planten wild, inheems materiaal. De overige 95% omvat gebiedsvreemde soorten en variëiteiten uit alle delen van de wereld.

 

 

 

 

 

Rozencollectie in arboretum belmonte

De rozencollectie in Wageningen behoort tot de grootste en belangrijkste van de wereld. Naast een paar honderd verschillende soorten en variëteiten wilde rozen uit Europa, NoordAmerika en Azië groeien hier diverse historische rozen die door eeuwenlange kruising, mutatie en selectie zijn ontstaan uit een klein aantal wilde soorten. Verscheidene van deze oude cultuurvariëteiten zijn niet meer in de handel verkrijgbaar. De rozencollectie is grotendeels in de jaren tachtig van de twintigste eeuw verzameld door rozenexpert Jan Belder. Dankzij zadenuitwisseling met botanische tuinen in de hele wereld is een omvangrijke verzameling ontstaan!

 

Centrum voor genetische bronnen Nederland

Op de Universiteit van Wageningen is de afdeling CGN (Centrum voor Genetische bronnen Nederland) verantwoordelijk voor het beheer en de opslag van duizenden cultuurgewassen, variërend van Tomaat, Aubergine en Courgette tot Tarwe, Gierst en Rogge. Zij hebben zeer professionele voorzieningen om de zaden jaren lang op te slaan, zonder dat de zaden hun kiemkrachtigheid verliezen. Niet alleen zorgt dit er voor dat eeuwenoude rassen van over de hele wereld niet verloren gaan, maar deze oude rassen kunnen ook gebruikt worden voor terugkruisingen met moderne gewassen om verloren eigenschappen terug te krijgen!

 

Versterken van populaties Kleine schorseneer

Gerard Oostermeijer (Universiteit van Amsterdam) is een samenwerking met Staatsbosbeheer zaden van Kleine schorseneer in De Veluwe aan het opkweken om de bestaande populaties aan te sterken. Deze zijn de laatste jaren dusdanig sterk achteruit gegaan, dat zij elk moment dreigden te verdwijnen. Veel exemplaren kwamen niet aan bloeien toe en de exemplaren die aan bloeien toekwamen, produceren weinig kiemkrachtig zaad. Wat de precieze reden voor de achteruitgang is, is niet zeker, maar mogelijk is het een combinatie van beperkte bestuiving door insecten, vraat van grote herbivoren, een te grote afstand tussen de populaties en een zeer beperkte genetische diversiteit. Door intensief onderzoek wordt geprobeerd te achterhalen waar het probleem ligt en wordt geprobeerd om de resterende populaties aan te sterken!