Soortgroepen en soorten

RODE LIJST SOORTEN

Enkele soorten dreigen de komende jaren te verdwijnen uit Nederland. Om dit te voorkomen, zorgen we dat we van de bronpopulaties materiaal verzameld en opgekweekt te hebben, zodat we genetisch identiek materiaal terug kunnen brengen. Voorbeelden hiervan zijn heischrale soorten als Kleine schorseneer (Scorzonera humilis) en Heidezegge (Carex ericetorum), maar ook zogeheten akkeronkruiden als Wilde weit (Melampyrum arvense), Brede raai (Galeopsis ladanum), Naaldenkervel (Scandix pecten-veneris) en Wilde ridderspoor (Consolida regalis). Er staan momenteel 71 soorten op de Rode Lijst als Ernstig bedreigd. Als je hier de soorten bij optelt die de status Bedreigd en Kwetsbaar hebben, realiseer je hoe belangrijk het is dat er actie ondernomen moet worden!

HOUTIGE GEWASSEN

In eerste instantie lijkt de noodzaak om houtige gewassen te verzamelen niet zo groot, maar wanneer je de Nederlandse bossen analyseert, kom je tot de schokkende conclusie dat meer dan 99% van de aangeplante bomen en struiken geen autochtoon materiaal betreffen. De soorten komen weliswaar wild voor in Nederland, maar zijn niet genetisch inheems, maar betreffen variëteiten afkomstig uit het buitenland. Door intensief onderzoek zijn verspreid in Nederland inheemse bomen en struiken gevonden. Door hier zaad van te verzamelen en dit op te kweken, kunnen kwekers met inheems materiaal aan de slag gaan. Ook zijn bepaalde soorten volledig ingestort vanwege ziektes. De Iepenpopulatie (Ulmus spec) is in 1930 met 60% achteruitgegaan door de Iepenziekte en momenteel loopt Es (Fraxinus excelsior) hetzelfde gevaar.

NUTSPLANTEN

Nutsplanten als voedselgewassen kunnen gevoelig zijn voor ziektes of insectenplagen en zijn dan enkel nog met gifstoffen te redden of helemaal niet. Door de voedselgewassen terug te kruising met de wilde variëiteiten van deze soorten, kunnen zij resistentie terug krijgen en weer gebruikt worden. Zo zijn in Nederland Wilde kool (Brassica oleraceus subsp. oleraceus) en Strandbiet (Beta vulgaris subsp. maritima) zeer zeldzaam te vinden. Mochten deze verdwijnen, dan is terugkruisen met inheems materiaal niet langer mogelijk. Andere nutsplanten zijn soorten die voor onderzoek gebruikt worden, zoals Zandraket (Arabidopsis thaliana) en Duifkruid (Scabiosa columbaria). Ook hier geldt het probleem dat men niet goed weet waar ze materiaal vandaan moeten halen en met welke variëteit men te maken heeft. Dit kan voor tegenstrijdige resultaten zorgen in de onderzoekswereld. Door zaden aan te bieden waarvan de bronpopulatie goed beschreven is, is het voor onderzoekers gemakkelijker om meer consequente resultaten te verkrijgen.